Cursus Flamencogitaar - Docent: Bart Schreuder
Flamenco gitaarles - Tangos de Tomatito
Voordat de gitaar zijn intrede deed in de flamencomuziek van Andalusië, zongen de zigeuners (gitanos) al zeker rond 1600 de Tonás (volksliederen).
De gitaar werd rond 1850 geïntroduceerd in de flamenco.
De flamencogitaar is in wezen een modificatie van de klassieke gitaar: de vorm is identiek maar speciaal ontworpen om de kracht en de pit van de flamencomuziek te kunnen weergeven.
De zijkanten en de achterkant zijn vervaardigd van de Spaanse cipres, die voor een feller en briljanter geluid zorgt dan de houtsoorten die voor de klassieke gitaar worden gebruikt. Het bovenblad is vaak van de spar of pijnboom. De toetsen zijn van ebbenhout en de hals is van cederhout. Heel belangrijk voor de flamencogitaar is de golpeador, o.t.w. de uiterst dunne, doorzichtige celluloid slagplaat waarmee het compás (ruggengraat van de flamenco) ritmisch wordt afgetikt.
Het is wenselijk om een golpeador op de gitaar te hebben om beschadigingen te voorkomen.
Het compás is essentieel voor de flamenco en geeft ritmisch de twaalftijdencyclus met variabele accenten naar gelang de stijl weer.
De flamencomuziek kent 6 hoofdstijlen: Soleá, Bulerías, Alegriás, Fandangos, Siguiriyas en Tangos.
Deze hoofdstijlen kennen ieder vele vertakkingen:
De Tangos, die muzikaal niets te maken heeft met de Argentijnse tango, heeft een vierkwartsmaat.Deze typische oude gitanostijl, die ontstaan rond 1875, is samen met de Soléa, die iets later kwam, de sleutel die toegang geeft tot de flamencomuziek van Andalusië.
De Tientos is één van de twee afgeleiden van de Tangos maar wordt langzamer gespeeld en is inhoudelijk triester.
De Tanguillos is volkse feestmuziek met een tweekwart ritme.
Ida y vuelta – komen en gaan
De Spanjaarden hebben in het verleden ook buiten hun grenzen “rondgeneusd’ oftewel overzeese gebieden gekolonialiseerd.
Zowel in Midden- als Zuid-Amerika was hun invloed groot. De flamencomuziek namen zij ook mee en die kwam weer terug met muzikale invloeden uit bijvoorbeeld Cuba en Argentinië. Op Cuba ontstond de Guajiras, dat in de flamencomuziek werd ingepast.
Deze stijl heeft een twaalfmatige tijdcyclus maar wordt ook wel in een vierkwartsmaat (Punta Cubana) gespeeld.
Op Cuba ontstond ook de Rumba, dat een vierkwartsmaat heeft en vooral door de zigeuners uit o.a. Catalonië en de Franse Camarque veel gespeeld wordt (Manitas de Plata en meer recent The Gipsy Kings)
Uit Argentinië komen de Milongas en de Vidalitas. De Colombianas komt in beginsel uit Columbia maar is verder ontwikkeld in Spanje. Deze stijl heeft veel overeenkomsten met de zeer populaire Rumba. Tijdens de cursus richten wij ons op de Tangos en Rumba.
Bij de Tangos licht de nadruk op het compás, rechterhandtechnieken en falsetas.
Bij de Rumba licht de nadruk op rechterhandtechnieken, toonladders en vervolgens improviseren.
De Palmas o.t.w. het begeleidende handgeklap komt desgewenst ook aan bod.
Bart Schreuder